Gedoe

Meer dan ooit ben ik momenteel blij dat we ooit gekozen hebben voor dat woord: ‘gedoe’. Want het vat zo mooi samen wat ik as we speak op mijn weg vind. Het doet pijn, letterlijk pijn, maar ook van binnen. Ik heb hartenpijn. Maar ik heb er overigens ook heel hard om moeten lachen. In het begin dan, toen ik nog niet zo goed doorhad hoe groot dit gedoe eigenlijk is. En nu kan ik er af en toe ook wel weer om lachen.

In de binnentuin van onze nieuwe ACT4life-locatie in Den Dolder ligt een hele mooie ronde vijver. Je kunt er helemaal omheen lopen en daardoor lijkt het op een rotonde. Links er naast staat een bankje, precies op de juiste plek van de halte in het Kruispunt. Vorige week zat ik daar heel even en mijmerde over Oerol – waar ik dit jaar voor het eerst naar toe zou gaan. Hoe leuk het zou zijn, wanneer we dan ooit het ACTIVAL hier zouden vieren en we Oerol-esk hier dan Nanouk (of alle trainers!) een mooie voorstelling zouden laten doen in het water. Ik vond mezelf bijzonder grappig en liep al grinnikend naar de vijver. Noem het het universum of karma of whatever, maar een paar seconden daarna gleed ik uit – precies op de plek die correspondeert met ‘gedoe’ in het Kruispunt.

En belandde in de vijver.

Maar brak ook mijn bekken, dus dat was dan weer minder leuk. Dat wist ik daar nog niet en ik moest zo hard lachen dat ik mezelf streng toesprak ‘dat dit niet om te lachen was’, maar daarvan schoot ik alleen nog harder in de lach. Maar dat lachen verging me snel, toen ik me realiseerde dat ik me eigenlijk niet meer zo goed kon bewegen. En ik nog steeds half in die vijver lag. Zonder telefoon, verscholen achter riet en zo’n beetje in the middle of nowhere (“want ja, jij moest weer zo nodig een ACT4life locatie op idyllische plek” – mijn uil was er uiteraard ook.)

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is gedoe-vijver-1200x560.jpg

Dus zo goed en zo kwaad als dat ging, ben ik opgestaan en de barre tocht op gebroken bekken aangegaan. Duurde een half uur en toen stond ik binnen. Nat, een vijverspoor achterlatend en nog steeds behoorlijk hopeloos. En wie bel je dan: je liefje. Want daarop kan ik staan, daarop kan ik bouwen. Serge was vanwege opnieuw een fantastisch bizar toeval in de buurt en in het ziekenhuis constateerde men een paar uur later dus die breuk. Het gedoe bestaat nu uit verschillende lagen AARGH en G&%#DORIE-NOG-AN-TOE (maar dan heviger), de trap is een beproeving, opstaan ook, met krukken lopen (lopen? nee, zo kun je dit niet noemen), trainingen afzeggen, cliënten afbellen, Serge om elk wissewasje vragen of hij dat voor mij wil doen.. Ik leef en leer, ja (zucht) ik leer ook wel weer. En uiteindelijk loop ik straks ook wel weer.

Maar er is ook nog een ander gedoe, wat hiermee te maken heeft. Niet zijdelings of op de achtergrond. Het ademt al jaren met een vieze adem in mijn nek. Ik kan me niet omdraaien om het in de bek aan te kijken en ermee te dealen: ik weet niet hoe het eruit ziet, hoe het beweegt en wat het met mij doet. Ik heb er hele grote moeite mee om het te aanvaarden en er open voor te staan. Juist omdat het zo onbekend is en het hier-en-nu vaak zo wolkeloos helder is en het lijkt alsof dit gedoe er helemaal niet is.

Maar het heeft zich nu weer wat meer aan mij kenbaar gemaakt. Ik heb een schim ervan kunnen zien. Normaliter wanneer iemand van mijn leeftijd zo’n smak maakt, dan hoort een botbreuk in de heupen of bekken (ik weet nu: dat is hetzelfde) er niet bij. Ik draag de rugzak van een niertransplantatie. Die 9 jaar geleden zo zoet was en mij het leven verlengde, maar die onderweg steeds zwaarder aanvoelt. Door medicatie is de functie van de donornier ondertussen alweer gekelderd onder de 30% en de Prednison die ik dagelijks slik zorgt voor zwakkere spieren en botontkalking. Onder andere trouwens.. Langzaam beweeg ik richting afstoting en dialyse en een heel scala aan mogelijke neven-kwalen als botbreuken, diabetes, verschillende soorten kanker en – oh ja – de dood.

Maar ja, de dood, die hebben we allemaal op het eind van ons levenspad staan. Dat is niet het gedoe wat ik in mijn nek voel hijgen. Wat ik ontzettend lastig vind om open voor te staan, te accepteren, te omarmen of hoe je het ook wilt noemen, is die mogelijke lijdensweg vooraf. En bovenal: dat dit vrije strak-blauwe-luchten-leventje straks niet meer zo soepel loopt. Ondertussen leef ik hier. En nu. En laat ik door middel van dit bericht ook even mijn uil fladderen (gelukkig krijgen jullie niet de volle lading 🙂 ) om tegelijkertijd een vorm te kunnen vinden om hiermee weer om te gaan. Waardegericht: ik ben graag vol humor, ik ben graag in verbinding en ik ben graag onderzoekend. Check.

En – wanneer ik heb uitgevonden hoe die krukken werken of wanneer ik weer wat meer kan staan op mijn linkerbeen – ga ik stap voor stap de toekomst in. Ik zie wel wat ik onderweg allemaal tegenkom. Voor moois.. en..